Reflexintegratie behandeling en begeleiding bij leer-en gedragsuitdagingen!

Hebbes! Kindercoaching
Hebbes!

Primaire Reflexen

Contact gegevens: Klaverkamp 6 6662RX Elst Mobiel: 0644113184 Mail: hebbeskindercoaching@ziggo.nl
Wat zijn primaire reflexen? Primaire reflexen ontstaan vanuit de hersenstam. Omdat er vroeg in de ontwikkeling van de foetus, nog geen volledig zenuwstelsel is gevormd, zorgen de primaire reflexen ervoor dat de foetus kan bewegen en zich zo verder kan ontwikkelen. Primaire reflexen zijn ketens van bewegingspatronen die zich ontwikkelen in een vast patroon. Deze hebben als taak de foetus o.a. te helpen bij het geboorteproces. Moeder en baby werken dan samen. De Moeder krijgt weeën om de baby uit te drijven. De wee triggert weer reflexen bij de baby. De reflex zorgt ervoor dat de baby in de juiste positie komt en meebeweegt om door het geboortekanaal heen te komen om zo uiteindelijk geboren te worden. Waarom zijn primaire reflexen nodig? Bij de geboorte is er nog geen bewuste aansturing vanuit de neocortex. De primaire reflexen helpen de baby in het eerste levensjaar om te overleven en te ontwikkelen. Het MORO-reflex zorgt ervoor dat de baby zijn eerste ademteug kan nemen. Het MORO-reflex zet zo het ademhalingsstelsel aan bij de baby. De baby moet zich ook nog aanpassen aan de veranderende omgeving namelijk de zwaartekracht. De Rootingreflex zorgt er voor dat de baby goed kan drinken aan de borst bij zijn moeder. De baby draait daardoor zijn hoofd automatisch de goede kant op in de richting waar hij gestimuleerd wordt. De baby begint gelijk zuigbewegingen te maken zodat hij meteen kan drinken. De Grijpreflex zorgt ervoor dat de baby zijn moeder stevig vast kan houden, zodat de kans op vallen klein is. De grijpreflex is zo sterk dat we de baby bijna kunnen optillen, als hij onze vingers vast houd. Ook hebben de primaire reflexen als taak om het lichaam goed te leren functioneren. De primaire reflexen leren onze spier- en skeletstelsel zich aan- en te ontspannen zodat we uiteindelijk onze bewegingen bewust kunnen aansturen. Er zijn verschillende soorten reflexen. De primaire reflexen zijn de eerste reflexen. Deze verdwijnen bij een goede motorische ontwikkeling en integratie naar de achtergrond. We hebben de primaire reflexen na ongeveer het eerste levensjaar niet meer nodig om te overleven, ze hebben hun taken gedaan. Echter bij het ervaren van trauma kunnen deze reflexen weer op de voorgrond treden, met alle gevolgen van dien. Er kunnen dan klachten ontstaan zoals: angsten, concentratiestoornissen, geheugenstoornissen, overgevoeligheid voor geluid en licht, burn-out enz... De overgangsreflexen helpen de baby de overgang te maken van liggend naar zitten en uiteindelijk naar los staan in de ruimte. De levenslange reflexen blijven ons hele leven actief. Deze zorgen b.v. voor een hele snelle reactie wanneer dit nodig is. De terugtrekreflex is b.v. actief wanneer je een hete pan aanraakt. Ook in het oog is een reflex te zien. De pupilreflex past zich razendsnel aan bij het veranderen van lichtsterkte, in het donker wordt de pupil groot en bij fel licht klein. De pupilreflex heeft als taak dat we scherp blijven zien onder alle omstandigheden. Verstoren ongeremde reflexen de ontwikkeling? Aanwezige ongeremde PR verstoren de ontwikkeling op motorisch-, leer -en gedragsgebied. Ongeremde primaire reflexen verstoren voortdurend alle zintuigelijke prikkels (van binnen en buiten) die worden ontvangen en verwerkt. De automatische impulsen die door de hersenstam worden afgevuurd moeten voortdurend worden gecompenseerd. Dit kost het kind ontzettend veel energie! Een kind in ontwikkeling moet groeien en heel veel leren. Dit kost ook heel veel energie. Door de aanwezige ongeremde PR is er minder energie voorradig hij moet immers veel compenseren. Het kind is sneller moe! Het kind kan zich daardoor niet ontwikkelen in hetzelfde tempo als zijn leeftijdsgenootjes. Ook alle zintuigelijke informatie komt niet goed binnen en wordt zo ook niet op de juiste manier verwerkt. Daardoor kan het kind minder goed zien of geluid minder goed verwerken. Het kind hoort wel goed maar begrijpt niet goed wat hij hoort. Dit is erg lastig als je nog heel veel moet leren! Hoe kan ik het herkennen? Je kunt het zien in de motoriek van een kind (hoe hij beweegt). Is het kind onhandig, loopt hij vaak ergens tegenaan. Beweegt hij houterig of is hij juist te soepel en kan hij zijn ledematen ver buigen (hypermobiel) en/of heeft hij een lage spiertonus. Heeft hij moeite met een goede pengreep. Of heeft hij moeite met een goede houding. Kost het moeite om rechtop een stoel te blijven zitten. Dit kunnen allemaal kenmerken zijn van een niet goed ontwikkeld of Geïntegreerd systeem. De natuurlijke ontwikkeling? Om goed te kunnen ontwikkelen moet het kind de primaire reflexen onder controle krijgen. Door de beweging van de primaire reflex eindeloos te herhalen verdwijnt de primaire reflex naar de achtergrond en komt er ruimte voor bewuste aansturing van de spieren. We ontwikkelen de grove motoriek verder en met steeds meer beheersing de fijne motoriek. Na voldoende oefening is een reflex niet meer nodig en wordt het geïntegreerd in het systeem. Deze ontwikkeling is essentieel en geeft toegang tot complexere vaardigheden zoals bijvoorbeeld leren, emoties en sociale interactie. Risicofactoren die een goede integratie verstoren. Voor, tijdens en na de geboorte zijn er risico’s op een verstoring van een goede integratie van de PR. Er is vrijwel zeker ook een genetische factor. Vaak zie je dat ouders en kinderen last hebben van dezelfde reflexen die niet geïntegreerd zijn. Het is waarschijnlijk dat de aanleg tot uitval genetisch wordt doorgegeven. Ook een bevalling brengt risico’s met zich mee. De baby kan in een stuit liggen. De bevalling kan moeilijk gaan en ingeleid worden, heel lang duren of juist heel kort. Er kan een tang of vacuümverlossing of een keizersnede nodig zijn. Ook kan de baby vruchtwater in de longen hebben gekregen of geboren worden met de navelstreng om de hals. Er kunnen ademhalingsproblemen zijn. Andere risico’s zijn bijvoorbeeld als een kind te weinig bewegingsvrijheid heeft gekregen doordat hij ingebakerd is tijdens het slapen of teveel tijd in een Maxi-Cosi of wipstoeltje heeft doorgebracht. Het kind moet ook genoeg tijd krijgen om op zijn buik te liggen. Dit is erg belangrijk voor de ontwikkeling van een aantal reflexen waaruit onder andere het kruipen voortkomt. Ook loopstoeltjes vormen een risico, het kind komt in een positie terecht waar hij eigenlijk nog niet aan toe is. Een veelvoorkomend reflex. Asymmetrische tonische nek reflex (ATNR) ook wel de leerreflex genoemd! Deze ontstaat bij ongeveer 16 weken. Wanneer de foetus zijn hoofd draait naar links, dan strekt deze kant van het lichaam en buigt de andere kant. De foetus maakt dan schopbeweginkjes, dit zorgt voor tactiele en proprioceptieve stimulatie. Dit is vaak het moment dat moeders hun kindje voor het eerst voelen bewegen. De ATNR reflex moet volledig geïntegreerd zijn wanneer de baby ongeveer 6 maanden oud is. Bij een ongeremde ATNR draaien de armen mee in de richting waar naar het kind kijkt. Erg lastig als je aan het fietsen bent. Maar zeker óók lastig tijdens het leren! Wanneer je in jouw middenveld moet werken (bij het lezen, schrijven etc.) draai je automatisch weg bij een prikkel van buiten.
© 2019 Kindercoaching Hebbes!

Een aantal kenmerken op een rijtje: Fysieke kenmerken: Motorische kenmerken: Hoge ademhaling Motorische mijlpalen (in het eerste jaar) niet gehaald Astma Weinig gekropen Eczeem Billenschuiven i.p.v kruipen Lage spiertonus Onhandig (dyspraxie) Hypermobiel Evenwichtsproblemen (kan b.v niet op één been staan) Slechte houding (holle rug) Moeite met leren zwemmen S ’nachts niet zindelijk. Vermoeid Problemen me slapen Dol op suiker Praat onduidelijk Allergieën (gluten) en/of intolerantie Gedragskenmerken: Zintuiglijke kenmerken: (Extreem) verlegen Problemen met zien (Oogmotoriek) Laag gevoel van eigenwaarden Overgevoelig voor licht, geluid en aanraking Dominant Wel het goed horen, maar niet goed begrijpen Kan moeilijk grenzen aangeven Kwijlt en/of sluit de mond niet helemaal goed Weinig motivatie Emotioneel snel uit het evenwicht Snel emotioneel overprikkelt. Leerproblemen: Concentratie problemen Werkgeheugen problemen Moeite met automatiseren Spelling Moeite met de Pengreep Dyslectische kenmerken Dyscalculie kenmerken
© Kindercoaching Hebbes! 2019
Hebbes! Kindercoaching

Primaire

reflexwen

Contact gegevens: Klaverkamp 6 6662RX Elst Mobiel: 0644113184 Mail: hebbeskindercoaching@ziggo.nl
Voor reflexintergratiebehandeling én leer- en gedragsbegeleiding.
Wat zijn primaire reflexen? Primaire reflexen ontstaan vanuit de hersenstam. Omdat er vroeg in de ontwikkeling van de foetus, nog geen volledig zenuwstelsel is gevormd, zorgen de primaire reflexen ervoor dat de foetus kan bewegen en zich zo verder kan ontwikkelen. Primaire reflexen zijn ketens van bewegingspatronen die zich ontwikkelen in een vast patroon. Deze hebben als taak de foetus o.a. te helpen bij het geboorteproces. Moeder en baby werken dan samen. De Moeder krijgt weeën om de baby uit te drijven. De wee triggert weer reflexen bij de baby. De reflex zorgt ervoor dat de baby in de juiste positie komt en meebeweegt om door het geboortekanaal heen te komen om zo uiteindelijk geboren te worden. Waarom zijn primaire reflexen nodig? Bij de geboorte is er nog geen bewuste aansturing vanuit de neocortex. De primaire reflexen helpen de baby in het eerste levensjaar om te overleven en te ontwikkelen. Het MORO-reflex zorgt ervoor dat de baby zijn eerste ademteug kan nemen. Het MORO-reflex zet zo het ademhalingsstelsel aan bij de baby. De baby moet zich ook nog aanpassen aan de veranderende omgeving namelijk de zwaartekracht. Het Rootingreflex zorgt er bijvoorbeeld voor dat de baby goed kan drinken aan de borst bij zijn moeder. De Rootingreflex zorgt ervoor dat de baby zijn hoofd automatisch de goede kant opdraait in de richting waar hij gestimuleerd wordt. De baby begint gelijk zuigbewegingen te maken zodat hij meteen kan drinken. Het Grijpreflex zorgt ervoor dat de baby zijn moeder goed stevig vast kan houden, zodat de kans op vallen klein is. De grijpreflex is zo sterk dat we de baby bijna kunnen optillen als hij onze vingers vast houd. Ook hebben de primaire reflexen als taak om het lichaam goed te leren functioneren. De primaire reflexen leren onze spier- en skeletstelsel zich aan- en te ontspannen zodat we uiteindelijk onze bewegingen bewust kunnen aansturen. Er zijn verschillende soorten reflexen. De primaire reflexen zijn de eerste reflexen. Deze verdwijnen bij een goede motorische ontwikkeling en integratie naar de achtergrond. We hebben de primaire reflexen na ongeveer het eerste levensjaar niet meer nodig om te overleven, ze hebben hun taken gedaan. Echter bij het ervaren van trauma kunnen deze reflexen weer op de voorgrond treden, met alle gevolgen van dien. Er kunnen dan klachten ontstaan zoals: angsten, concentratiestoornissen, geheugenstoornissen, overgevoeligheid voor geluid en licht, burn-out enz... De overgangsreflexen helpen de baby de overgang te maken van liggend naar zitten en uiteindelijk naar los staan in de ruimte. De levenslange reflexen blijven ons hele leven actief. Deze zorgen b.v. voor een hele snelle reactie wanneer dit nodig is. De terugtrekreflex is b.v. actief wanneer je een hete pan aanraakt. Ook in het oog is een reflex te zien. De pupilreflex past zich razendsnel aan bij het veranderen van lichtsterkte, in het donker wordt de pupil groot en bij fel licht klein. De pupilreflex heeft als taak dat we scherp blijven zien onder alle omstandigheden. Verstoren ongeremde reflexen de ontwikkeling? Aanwezige ongeremde PR verstoren de ontwikkeling op motorisch-, leer -en gedragsgebied. Ongeremde primaire reflexen verstoren voortdurend alle zintuigelijke prikkels (van binnen en buiten) die worden ontvangen en verwerkt. De automatische impulsen die door de hersenstam worden afgevuurd moeten voortdurend worden gecompenseerd. Dit kost het kind ontzettend veel energie! Een kind in ontwikkeling moet groeien en heel veel leren. Dit kost ook heel veel energie. Door de aanwezige ongeremde PR is er minder energie voorradig hij moet immers veel compenseren. Het kind is sneller moe! Hij kan zich daardoor niet ontwikkelen in hetzelfde tempo als zijn leeftijdsgenootjes. Ook alle zintuigelijke informatie komt niet goed binnen en wordt zo ook niet op de juiste manier verwerkt. Daardoor kan het kind minder goed zien of geluid minder goed verwerken. Het kind hoort wel goed maar begrijpt niet goed wat hij hoort. Dit is erg lastig als je nog heel veel moet leren! Hoe kan ik het herkennen? Je kunt het zien in de motoriek van een kind (hoe hij beweegt). Is het kind onhandig, loopt hij vaak ergens tegenaan. Beweegt hij houterig of is hij juist te soepel en kan hij zijn ledematen ver buigen (hypermobiel) en heeft hij een lage spiertonus. Heeft hij moeite met een goede pengreep. Of heeft hij moeite met een goede houding. Kost het moeite om rechtop een stoel te zitten. De natuurlijke ontwikkeling? Om goed te kunnen ontwikkelen moet het kind de primaire reflexen onder controle krijgen. Door de beweging van de primaire reflex eindeloos te herhalen verdwijnt de primaire reflex naar de achtergrond en komt er ruimte voor bewuste aansturing van de spieren. We ontwikkelen de grove motoriek verder en met steeds meer beheersing de fijne motoriek. Na voldoende oefening is een reflex niet meer nodig en wordt het geïntegreerd in het systeem. Deze ontwikkeling is essentieel en geeft toegang tot complexere vaardigheden zoals bijvoorbeeld leren, emoties en sociale interactie. Risicofactoren die een goede integratie verstoren. Voor, tijdens en na de geboorte zijn er risico’s op een verstoring van een goede integratie van de PR. Er is vrijwel zeker een genetische factor. Vaak zie je dat ouders en kinderen last hebben van dezelfde reflexen die niet geïntegreerd zijn. Het is waarschijnlijk dat de aanleg tot uitval genetisch wordt doorgegeven. Ook een bevalling brengt risico’s met zich mee. De baby kan in een stuit liggen. De bevalling kan moeilijk gaan en ingeleid worden, heel lang duren of juist heel kort. Er kan een tang- of vacuümverlossing of een keizersnede nodig zijn. Ook kan de baby vruchtwater in de longen hebben gekregen of geboren worden met de navelstreng om de hals. Er kunnen ademhalingsproblemen zijn. Andere risico’s zijn bijvoorbeeld als een kind te weinig bewegingsvrijheid heeft gekregen doordat hij ingebakerd is tijdens het slapen of teveel tijd in een Maxi-Cosi of wipstoeltje heeft doorgebracht. Het kind moet ook genoeg tijd krijgen om op zijn buik te liggen. Dit is erg belangrijk voor de ontwikkeling van een aantal reflexen waaruit onder andere het kruipen voortkomt. Ook loopstoeltjes vormen een risico, het kind komt in een positie terecht waar hij eigenlijk nog niet aan toe is. Herkent u uzelf of uw kind in deze kenmerken en wilt u weten wat een reflexintegratie voor u kan betekenen neem dan vrijblijvend contact op! Asymmetrische tonische nek reflex (ATNR) ook wel de leerreflex genoemd! Deze ontstaat bij ongeveer 16 weken. Wanneer de foetus zijn hoofd draait naar links, dan strekt deze kant van het lichaam en buigt de andere kant. De foetus maakt dan schopbeweginkjes, dit zorgt voor tactiele en proprioceptieve stimulatie. Dit is vaak het moment dat moeders hun kindje voor het eerst voelen bewegen. De ATNR reflex moet volledig geïntegreerd zijn wanneer de baby ongeveer 6 maanden oud is. Bij een ongeremde ATNR draaien de armen mee in de richting waar naar het kind kijkt. Erg lastig als je aan het fietsen bent. Zeker óók tijdens het leren, wanneer je in het middenveld moet werken en je bij elke prikkel van buiten automatisch wegdraait!
Een aantal kenmerken op een rijtje: Fysieke kenmerken: Gevoelig ademhalingstelsel. Eczeem. Lage spiertonus . Hypermobiel. Slechte houding (holle rug). S ’nachts niet zindelijk. Vermoeid. Problemen me slapen. Dol op suiker. Praat onduidelijk . Gevoelig voor allergieën (b.v. gluten) en/of intoleranties. Zintuigelijke kenmerken: Problemen met zien (oogmotoriek.) Overgevoelig voor licht, geluid en aanraking. Goed horen, maar niet goed kunnen begrijpen. Kwijlt en/of sluit de mond niet helemaal goed. Wilt alles aanraken of juist niet. Snel emotioneel overprikkelt. Motorische kenmerken: Motorische mijlpalen (in het eerste jaar) niet gehaald. Weinig gekropen. Billenschuiven i.p.v kruipen. Onhandig (dyspraxie). Evenwichtsproblemen (kan b.v niet op één been staan). Moeite met leren zwemmen. Coördinatieproblemen. Gedragskenmerken: (Extreem) verlegen. Laag gevoel van eigenwaarden. Dominant. Kan moeilijk grenzen aangeven. Weinig motivatie. Emotioneel snel uit het evenwicht. Snel emotioneel overprikkelt. Leerproblemen: Concentratie problemen. Werkgeheugen problemen. Moeite met automatiseren. Spelling. Moeite met de pengreep. Kenmerken van dyslectie. Kenmerken van dyslectie.